De Ontdekking van de wandkast
Snoei Hard
Het resultaat van een weekendje tuinieren in een tuin waar al een hele tijd niets gebeurd is. Bij mij roept het gevoelens van Oorlog op: hakken, snoeien, kappen - een keihard gevecht tegen de enorme hoeveelheid takken die de natuur de wereld in meent te moeten slingeren. De rozebottelstruiken waren mijn persoonlijke Taliban.
De bestrating is door Inge met de hogedrukspuit schoongemaakt - meer dan een halve dag meuk schoonspuiten en waarbij je zelf eindigt als de Modderman. Maar het terras is opeens weer wit en de klinkerpaadjes slingeren zich nu helder een weg door de tuin. Een paar uur voor vertrek heb ik de hulstboom te grazen genomen. Op de bovenste foto, waar Chick en Chucky het dak inspecteren, kun je er nog een stukje van zien; een massieve, donkergroene, brede, immer verder uitdijende zuil. Nadat ik klaar was, leek het weer een boompje met een licht stammetje. De gesnoeide takken zullen t.z.t. een prachtig paasvuur maken.
Het Loerende Mannetje
(Als je op het plaatje klikt, gaat het kloppen)
We zitten in een het Lucas ziekenhuis, wachtend op het echofilmpje van haar hart - onderzoek naar mogelijk hartfalen. Dat is dat je hart het zuurstofrijke bloed niet meer goed rondpompt, zodat je koude voeten, koude handen, een koude neus krijgt. En in een gesprek snel buiten adem raakt. We wachten op onze beurt. Mijn moeder doet, om de tijd te verdrijven, het Loerende Mannetje na. Ze doet het goed.
Het komt zo.
Mijn ouders zitten in het Verpleegtehuis. De meeste mensen van hun afdeling zitten overdag in de Huiskamer. Het is niet mijn idee van een huiskamer, het doet mij denken aan een parkeerterrein voor menselijk wrakhout - al klinkt dat onbarmhartiger dan het bedoeld is. Maar ik ben blij ben dat mijn ouders in hun eigen kamer leven. Daarin staan wat eigen meubels - stoelen, kasten, schilderijen, het digitale fotolijstje, de Friese staartklok, boeken, platen, cd's en de onvermijdelijke oudemansvriend: televisie. Ze hebben er een eigen plek.
Elke dag, tegen twaalf uur 's middags, gaan mijn ouders naar de huiskamer voor het middageten. Daar heeft iedereen zijn vaste plaats. Mijn ouders hebben een plek aan de mannentafel toegewezen gekregen. Echtparen zijn in het Verpleegtehuis als witte raven: er zijn zoveel meer vrouwen dan mannen, dat er maar één tafel met mannen is - aan alle andere zitten vrouwen. Mijn ouders - gemengd stel, in deze context - zijn aan de mannentafel geplaatst. Anders zou mijn vader zo heel erg tussen vrouwen zitten. Nu zit mijn moeder tussen de mannen.
De mannen negeren haar. Is het een stil verzet? Een onuitgesproken maar volmondig Nee! van mannen die geen inbreng hebben in een tafelgesprek dat sowieso niet meer gevoerd wordt? Op deze plek, waar de helft van de aanwezigen door een beroerte, de rest door dementie getroffen is, kom je daar niet meer achter. Maar hoe dan ook, op het Goedenmiddag van mijn moeder aan de heren krijgt ze geen antwoord. En zij negeer zij de mannen daarom ook. De middagmaaltijd wordt in stilte genoten. 'Ik negeer hem,' zegt mijn moeder over het Loerende Mannetje. 'En hij negeert mij.' Maar dat kan niet waar zijn. Want ze kan hem heel goed nadoen.
Ht klopt ook al niet omdat mijn vader het loerende mannetje ooit, bij de kennismaking, de hand heeft geschud. De hand geschud! Dat schept een band. Háár negeert hij, maar volgens mijn moeder is mijn vader sinds het handenschudden voor het loerende mannetje een held. Een rolmodel. Af en toe hangt hij in zijn rolstoel voor de deur van hun kamer en kijkt verlangend naar binnen. 'Je laat hem er níet in,' sist mijn moeder dan. En het verplegend personeel schiet te hulp. 'Nee meneer, u mag hier niet naar binnen. Uw kamer is dáár, verderop.' En zo wordt hij weggeloodst.
We zijn in het Lucas. Het is het tijd voor de echo van het hart. Dat klopt. Regelmatig. Gestaag. Al 91 jaar. Still going strong.
Verjaardag!
17 oktober 1923 werd mijn vader geboren - vandaag 88 jaar geleden. Het wordt feestelijk gevierd met bonbons, een fles 15 jaar oude Glenfiddich single malt en een muismatje met het design van het Persisch tapijtje dat bij Sigmund Freud op de divan heeft gelegen (maar dan kleiner natuurlijk). De zusters zijn allemaal langs geweest om te feliciteren; de hele afdeling is aan de cake gegaan.
Maar de grootste tractatie was misschien wel dat de meneer van de technische dienst de schilderijen kwam ophangen. Ze stonden al die weken omgekeerd naast een kast tegen de muur. Nu sieren ze de wanden van kamer 12.
Het is feest.
Mussen op het balkon
Beter Horen
Hoog tijd voor een hoorapparaat - zonder dat hoort mijn vader sommige hoge tonen pas op een sterkte van 110 decibel. Voor normaal horenden is dat zo'n beetje de pijngrens.
Hoe dan ook, de hoorapparaten zijn geplaatst en de wereld zit opeens vol wonderlijke geluiden: het getwinkeleer van vogels, het schrapen van de eigen keel, de doorgetrokken wc die dondert als de Niagarawaterval.
Het is even wennen.
Na Afloop van de Zorgleefplanvergadering
Mijn ouders zijn uitgenodigd voor een bijeenkomst vol deskundigen. Het gaat over hun toekomst - of ze nog in het verzorgingstehuis kunnen blijven. Er is veel zorg nodig, men kan het aan - maar nog maar net. Wij zitten aan tafel met de heren Huisarts, Eerstverantwoordelijke verzorger, Maatschappelijk werker, Geriaterdeskundige/verpleegtehuisarts. Voor het evenwicht heb ik onze eigen, nieuwingehuurde 'zorgmakelaar' meegenomen. Onze gids in de jungle die gezondheidszorg voor ouderen heet. Voor mij is dat een verademing. Iemand waarvan je weet dat-ie aan jouw kant staat en die ook het klappen van de gezondheidszweep kent.
We zijn allemaal omzichtig, zorgvuldig en vriendelijk. Ja het is moeilijk, nee jullie hoeven nog niet weg. Maar het is goed om na te denken over wat we gaan doen als het verzorgingshuis het niet meer aankan.
En: we gaan zelf mensen inhuren voor activiteiten, want de verzorgers van het tehuis werken zich een slag in de rondte en kunnen dit er niet bij doen. En mijn ouders passen niet echt in het profiel van de gemiddelde bewoner, en daarmee ook niet zo goed in de groepsactiviteiten die worden geboden.
Uitgeput gaan we weer terug naar de kamer. Zal ik wat muziek opzetten? vraag ik. Dat is een goed idee. 'Iets vrolijks', zegt mijn vader. Mijn moeder beaamt dit. Ik scan de rijen en rijden platen en cd's.
'Wat wil je horen? Haydn? Vivaldi?'.
'Vera Lynn,' zegt mijn vader.
Geknipt & gekamd
Er komen vier belangstellenden: een stel dat na vijf minuten alweer weg is; een serieus stel met scherpe blik en zinnige vragen; een mevrouw die een grotere tuin wil dan zij nu heeft maar eerst het eigen huis moet verkopen; en een vader-moeder-dochter waarvan de man een groot talent heeft wat betreft conflictontketening. Zo'n koper kun je de buren niet aandoen.
Test 1, 2, 3....
Het is inmiddels lunchtijd, er is niemand te bekennen in Wachtruimte Blauw waar wij naartoe zijn gedirigeerd. Het decor heeft wel iets van een tv-quiz - uit welke van de deuren achter ons stapt straks een schaars geklede doch charmante assistente om te tonen wat wij ditmaal hebben gewonnen?
Ik ga voor de Toyota Starlet.
De Nieuwe Tijd, Net Wat U Zegt
'Het Mannetje' noemt mijn vader hem, de SRV-man die al sinds mensenheugenis de dagelijkse boodschappen aan huis brengt. Populair is hij nooit geweest - het is het soort winkel waar je bij alles de uiterste verkoopdatum moet nakijken, want bedervelijkheid is voor Het Mannetje geen reden om een artikel uit de schappen te halen. Integendeel, Over Tijd moet juist snel van de hand.
Enfin. Toen ik klein was, nam Het Mannetje, ooit begonnen als melkknecht maar inmiddels strategisch gehuwd met de oudste dochter van de melkboer, de zaak over. En omdat hij een Mannetje is dat met zijn tijd meegaat, werden melkwinkel en SRV- kar omgedoopt tot 'Zuivelboetiek'.
Decennialang reed Hofmans Zuivelboetiek met zijn bederfelijke waar door het dorp, waarbij hij ook het Tehuis aandeed om de bejaarden van koekjes en luxe toiletpapier te voorzien, bij voorkeur de duurste. Toen mijn moeder en ik vanochtend op weg gingen naar de tandarts, troffen wij de wagen bij de ingang. En wat blijkt? Het Mannetje is wederom met zijn tijd meegegaan. De Zuivelboetiek is dood. Leve de Zuivelservice.
Mussengeluk (en 1 dekselse duif)
Het uitzicht vanuit het verzorgingstehuis is niet heel, laten we zeggen, dynamisch. Mijn ouders kijken uit op een parkeerterreintje, aanleunwoningen en in de verte de eiken van de Loenenseweg. Het vertier moet georganiseerd worden en dat doen we door vogels te voeren. Mussen mogen in de stad zeldzaam zijn geworden, hier tieren ze welig.
Omdat mijn vader het afstapje naar het balkon een beetje eng vindt, gooi ik het zaad in de bakjes en ik vul ze meteen maar flink. Binnen tien minuten zit het vol.
Jagtlust
De Lift Werkt Weer (met dank aan Moestafa)
Dankzij Moestafa konden we na vijf minuten stilstand onze reis hervatten.
De buitenlift - o, triomfantelijke afdaling! - hapert maar een heel klein beetje, maar we hadden Moestafa die over ons waakte.
Wij konden veilig gaan wandelen.
Jagtlust
Dan zijn er nog de dames van het eten en drinken. Zij heten Jose, Svetlana, Anouk, Jantien, Froukje, Miep of Diewertje en geen moeite is hen teveel. Ze lopen zich het vuur uit de sloffen om het ons naar de zin te maken.
Nu zitten wij op het terras (onder de party tent, voor de zekerheid).
Daar landde deze rups op de hand van mijn moeder.
We hebben hem op een plantje gezet (hopelijk met blaadjes die hij lust) en zetten ons aan de bouillon.
Jagtlust
Jagtlust

De komende drie dagen zit ik in Zorghotel Residentie Jagtlust in 's-Graveland, met mijn moeder en Tante Katja (TK) die samen een kamer delen. Ik heb een kleinere maar prachtige kamer voor mij alleen; af en toe hoor ik een auto langsrijden, maar verder wordt de stilte geaccentueerd door een gestaag druppende kraan in de badkamer. We hebben gedrieen diner op de kamer, onderwijl naar Derrick kijkend en af ten toe komt het bijzonder aardige personeel voortdurend binnenhollen om ons ijsjes, wijn en toiletpapier aan te reiken.
Verrassing
Donderdag, Dorpstraat ons Dorpdag. Vandaag is dat boodschappen in Apeldoorn: Leesbril brengen bij de opticien en een uur later weer ophalen, nu met de nieuwe glazen, drie nieuwe broeken scoren voor mijn vader bij De Oranjerie. Dan weer terug, even babbelen over het aanstaand uitje van mijn moeder naar Jagtlust en het is alweer vijf uur. Ik sta op om weer naar huis te gaan. Ik loop wat achter op schema.
'Lopen doet een beetje pijn,' zegt mijn vader. Hij begint moeizaam zijn rechterschoen uit te trekken. Dan zijn sok. Ik schrik van de onverwachte donkere plek.
'Hoe lang heb je daar al last?'
'Het doet vandaag pas pijn.'
Bij nadere inspectie van de schoen blijkt een stukje van het tongstuk omgeklapt te zijn. Als de veters gestrikt zijn ontstaat er een hard, puntig stukje dat in de voet drukt.
'Ik denk dat er een pleister op moet,' zegt mijn vader. Mijn moeder heeft nog een stuk hansaplast en wil weten hoeveel pleister ze moet afknippen, nagelschaartje in de aanslag.
'Heb je daar niet eerder last van gehad?' vraag ik.
'Het doet pas vandaag pijn.'
Dat is leven in het heden. Misschien deed het gisteren ook wel pijn, en eergisteren, maar is hij dat vergeten na een prettige schoenloze nacht.
'We doen er nu een pleister op,' zeg ik, 'en dan trek je lekker je pantoffels aan. Ik haal de nogal versleten platte veters uit zijn schoenen, 'dan kun je ze niet meer per ongeluk aantrekken. Waar staan je andere schoenen?'
Achter zijn stoel blijkt een paar te staan. De veters zijn er keurig uitgehaald. 'Daar was een veter van kapot,' zeg mijn vader, 'maar 1 veter heb ik gered.' Hij pakt een ronde veter naast zich op het tafeltje ligt en werpt hem mij toe.
Ik haal een ander ronde veter uit een boventallige schoen van mijn moeder en rijg ze in de veterloze schoenen. Daarna ontdek ik een ander stel zachte suede herenschoenen, met veters, onder de tafel waar hij eet.
'Dit voelt er lekker,' zegt mijn vader tevreden naar zijn pantoffels kijkend, 'wat heb je toch weer zegenrijk werk verricht.'
's Avonds bel ik de verzorging met het verzoek dit zegenrijk werk voort te zetten. De dienstdoende verzorgster belooft er een logboeknotitie van te maken. Ik hoop maar dat ze de voet in het snotje houden.
Pak
Mijn vader koestert een enorme weerzin tegen kleren kopen en heeft de tactiek geperfectioneerd die is gebaseerd op de ijzeren tegeltjeswijsheid dat van uitstel, afstel komt. Zo is volgende week altijd perfect om een nieuwe broek te kopen - deze week is dat nooit.
Maar er staat een feestelijk familie-etentje op stapel in een Michelin-sterrenrestaurant en daar kun je dan dan weer niet echt heen in je alledaagse, versleten kloffie. De kledingsituatie is opeens urgent; van uitstel dreigt opeens geen afstel te komen, en mijn vader ziet zich genoodzaakt om terug vallen op de botte weigering, zich daarbij beroepend op stijfheid na een recente valpartij.
Daar heeft hij dit keer ook wel weer gelijk in. Maar het schiet ook niet op, zo.
Ik met zijn aan de randjes versleten en verder buitengewoon uitgewoonde bruine pak naar Piet Zoomers in de Korenstraat. Mijn eigen persoonlijke aflevering van Are You Being Served?
'Heeft u een pak dat degene past die dit graag draagt?'
'Dat is wel een beetje lastig. Het is misschien beter als meneer zelf meekomt?'
'Helemaal mee eens, maar dat is nu even geen optie.'
'Drie knopen voor, dat zie je niet veel meer, meneer heeft het zeker al een tijdje?'
'Vanaf mijn kinderjaren, meneer. Een nieuwer model is geen bezwaar.'
Achterin de zaak meet de verkoper zorgvuldig de borstbreedte en de mouwlengte en de binnenzijde broek, en pakt dan pakken uit het schap. Steeds grotere maten. Tot er een ongetailleerde maat 29 is die voldoet. Grijsblauw met een streepje. Zondag gaat-ie aan.
They Paved Paradise & Put Up a Parking Lot
Bezoekje aan UvA's Bijzondere Collecties voor de Atlas der Neederlanden tref ik de conservator en Kester Freriks gebogen over een kaart van Beekbergen, dorp van de dagen mijner jeugd.
Waarom? Omdat het Beekberger Woud daar ooit lag. Ik snap eigenlijk niet waarom het niet het Klarenbeeker Woud is genoemd, want het ligt bij Klarenbeek, maar dit terzijde.
Het Beekbergerwoud, aldus Wikipedia, is 'een voor natuurliefhebbers legendarisch woud in de Nederlandse provincie Gelderland.' Het geldt als het laatste Nederlandse oerbos. In het kader van de vooruitgang werden in 1871 de laatste oerbomen omgehakt. De Vereniging Natuurmonumenten wil het woud door natuurrestauratie nieuw leven inblazen.
Er ligt in elk geval een parkeerplaats die, geheel in lijn met het befaamde lied van Joni Mitchell Het Woud heet.
(They took all the trees, put 'em in a tree museum
And they charged the people a dollar and a half just to see 'em
Don't it always seem to go that you don't know what you've got till it's gone
They paved paradise and put up a parking lot.)
Zalig
Fruit is bij mijn ouders volop te vinden - vooral omdat het nauwelijks wordt gegeten. De aanvoer vanuit het tehuis is constant, maar vooral mijn vader is specialist in het wegleggen en vergeten.
Het fruit hoopt zich dus op: kiwi's verpappen en appels vergaan, en er liggen maar liefst vier peertjes naast de computer, in verschillende fasen van het bestaan: eentje al dente, eentje perfect, eentje te rijp & melig en eentje al vloeibaar onder de schil.
'Waarom eet je geen peren?' vraag ik, 'de goeie zijn heerlijk.'
'Ze zijn zo kleverig als je ze probeert te schillen,' antwoordt mijn vader. En terwijl ik een mesje pak zegt hij peinzend: 'Vroeger in het Zonnehuis werkte een vrouw, een verpleegster, die graag Hoofd Verpleging wilde worden. Ik moest daarover beslissen. Op een keer zaten de ziekenverzorgsters aan het middageten. Een van die meisjes zag een schaal peertjes op tafel staan en riep: "Peertjes! Zalig!" Toen zei die vrouw streng: "Peertjes kunnen heerlijk zijn. Peertjes kunnen overheerlijk zijn. Maar peertjes kunnen nimmer zalig zijn." Vanaf die dag stond zij onder het verplegend personeel bekend als Zuster Peertje. Hoofd Verpleging is zij niet geworden.'
Hij begon met smaak zijn peertjes te eten.















