
Van deze foto - ik maakte 'm vanmiddag in Soest - word ik heel vrolijk. Heel simpel, geen gedoe en gewoon leuk. De boekhandelaar is een geweldig model, een winkel is een prachtige winkel en de krant is couleur locale.
Blij Van
Voetjes Van De Vloer
Het was al laat op de avond, na afloop van een feestelijke voorstelling ter gelegenheid van de 90e verjaardag van Hetty Blok, (aka Zuster Clivia van Ja Zuster, Nee Zuster).
De laureate was na een avond gezang, loftuitingen & felicitaties bekaf - negen decennia gaan iemand tenslotte niet in de koude kleren zitten - maar verdomd als zij niet voor het huiswaarts gaan de dansvloer opstapte met Kees Schafrat, op de levende muziek van 't Rembrandt Duo.
Sonia & de Grijze Koppenbrigade
Wat het echter tot een onvergetelijke ervaring maakte - en bij mij moordneigingen losmaakte - was een groep oudere dames uit de provincie, die de tentoonstelling ook bezochten. En met zeer luide stemmen bespraken zij alle misverstanden die ze tot nogtoe hadden gehad
- 'Ik ben buiten blijven staan want ik dacht, dan kan ik ze niet missen',
- 'Ja, wij stonden binnen, we dachten, ze komt zeker niet meer',
- 'Het is dat ik nog even binnen ben gaan kijken, de wind was ijskoud'.
etc.
Aan hun ganzenwaggel-loopjes te zien waren het geen oud-ballerina's. En een paar zetten hun conversatie rustig door vlak voor de automatisch openende schuifdeuren, die daarop steeds open en dicht gingen. Ze kwamen qua volume ver boven Rudi van Dantzig uit.
Ik was even heel fel gerontofoob.
Dode Domme Muis
Zandkunst van Kseniya Simonova
De Oekraïense tegenhanger van Susan Boyle doet het met zand: de winnaar van de Oekraïense tv talentenjacht 2009, Kseniya Simonova (24 jaar) tekent op een van onderen verlichte tafel met zand en op muziek het effect dat de Duitse inval tijdens de Tweede Wereldoorlog had op gewone mensen, voor een tot tranen geroerde zaal. De wonden zijn nog niet geheeld! Let ook op het fantastische kanten slabbetje.
Een Mensch Moet Leeren Sterven Om Te Leven

Groepsfoto bij de eerste steenlegging van gebouw Elim aan de Frederik Hendrikstraat in Amsterdam, ik denk rond 1900 gemaakt. In de detailfoto daaruit staat in het midden mijn overgrootvader Hendrik Willem Duijker (1845-1919) en naast hem zijn oudste dochter, Christina (1878-1939), de moeder van mijn moeder. Deze Hendrik Willem heeft in 1916 enige herinneringen opgeschreven, die later door zijn kleinzoon (ook een Hendrik Willem) zijn uitgetypt. Dat zijn vier bladzijden, te lang om hier weer te geven, maar zo interessant dat ik het verhaal hieronder – ingekort – weergeef.
De vader van Hendrik Willem, zo begint het verhaal, was timmerman, die veel van zijn kinderen hield, maar 'een man van 'weinig kracht des geestes' was. 'Als wij ondeugend waren dan strafte hij ons in drift zoo als een dronken man op straat schopt en trapt.' Zijn moeder, Christina Klinkmeijer, was daarentegen 'een ware Christine.' Niet omdat zij haar kroost 'op zedelessen onthaalde – daar zouden wij toch niet naar geluisterd hebben', maar in haar gedrag en gebed. Dat zou later nog gevolgen hebben.
Hendrik Willem was vernoemd naar de vader van zijn vader – we hebben het nu, ik wordt een beetje duizelig, over mijn betbetovergrootvader. Deze man, die ook Hendrik Willem Duijker heette en het ooit tot timmermansbaas had geschopt, was in de loop der tijd 'afgedaald tot doodkistenmaker'. In deze branche deed hij het echter niet slecht: 'Ik geloof dat hij het monopolie daarvan had, en dat er niemand in de stad stierf of hij en zijn twee oudere zonen maakten het laatste huis.'
Hendrik Willem jr ging als als het even kon naar hem toe. 'Ik kwam dus vroeg in vertrouwen met de dood, die niets geen indruk op mij maakte. Als kind van twee jaar lag ik reeds voor de winkel mijns grootvaders in het zonnetje in een doodkistje (waarvan altijd groote en kleine in groote voorraad gemaakt werden) voor mijn gezondheid. Het heeft mij blijk baar geen kwaad gedaan, ofschoon voorbijgangers er van schrikten.'
Opa's vrouw, Catharina Crouson ('eene weeze uit Maagdenburg') was toen haar kleinzoon haar leerde kennen, 'zeer doof en [haar] man driftig en ruw; zoo dat ik hem nooit een goed woord tot haar heb hooren spreken, wel schelden en verwenschingen.' De kleine Hendrik Willem was echter zijn lieveling en 'zes of zeven jaar oud zijnde, zijn bestendige metgezel op zijne wegen (...) overal nam hij mij mede.' De familie moedigde dit aan: 'Het was altijd, “gaat maar naar grootvader”. Later heb ik begrepen, dat dit niet om mij maar voor de rust van de huisgenooten was. Hij hield namelijk veel van een slokje en nam mij mede.' De familie vertrouwde er op – en kennelijk terecht – dat opa veilig thuis zou komen omdat hij ook zijn kleinzoon veilig thuis zou moeten brengen.
Toen HW 12 was, vroeg de meester of hij door wilde leren voor onderwijzer. 'Maar daar had ik geen ooren naar. Een oom (broer van vaderszijde) had mij (..) zulk een diepe verachting voor dien stand ingeboezemd dat ik het een vernedering vond het te worden.' In plaats daarvan ging hij bij een schoenmaker in de leer. Dat was hard werken voor weinig geld, en Hendrik Willem was opgelucht toen hij werd opgeroepen voor militaire dienst: 'hoe blijde was ik dat ik loten moest en een laag nummer trok. Ik kwam bij de keuring, maar was een streep te klein. Hoe ik mij ook uitrekte, de sergeant zeide: doe maar niet je best, het helpt toch niet.' Hendrik Willem ging terug naar zijn leest en lapte schoenen. Al met al geen bevredigend bestaan. Maar daar zou verandering in komen.
'Zo liep ik eens moedeloos en lusteloos op een maandagavond de bloemenmarkt langs, toen mij een voorval overkwam dat het begin werd van een gehele levensverandering. Toen ik achteloos stond te zien naar de plantjes, trad een oude dame naar mij toe; ik dacht om mij naar den weg te vragen. Zij vroeg mij vriendelijk en minzaam of zij mij een vraag mocht stellen. “O ja, mevrouw!”
“Jonge man hebt u den Heer Jezus lief?” Ik zag haar als versuft aan! En dacht, wat zal ik antwoorden. Ik had een beledigd gevoel dat zij mij voor een onwetende heiden aan zou zien. En dat was ik toch niet. (...) Ik moest mij dus verweren, maar de vraag eischte een fatsoenlijk antwoord. De vraag was immers minzaam en dringend gedaan. Ik antwoordde dan ook: “Mevrouw, ik ken Hem wel, ik heb een godsdienstige opleiding gehad.”
Hendrik Willem moet echter toegeven dat hij Jezus wel kent. Maar hem liefhebben? Nou nee. 'Zij: “Mag ik U dan eens een raad geven? Belooft u mij alle morgens te bidden: Hemelse vader, schenk mij uw H. Geest, opdat ik in Jezus geloven mag. Amen.” Ik stond verbijsterd te kijken. Maar om de vriendelijkheid van de vraagstelster beloofde ik het te doen. Ik heb haar nooit meer gezien.'
Op de Bloemenmarkt aan het Singel begon het leven van mijn overgrootvader als herboren christen (een gebeurtenis, daar was hij van overtuigd, die mede mogelijk was gemaakt door het gebed van zijn lieve moeder in zijn jeugd) en die bekering stelde verder alles in de schaduw. Met wie hij trouwde (Metje Mettau) en dat zij een stuk of zeven kinderen van hem kreeg was kennelijk minder belangrijk, want hij noemt ze niet. Wél vertelt hij dat hij aan een zondagschool verbonden raakte 'die voor mijn geestelijk leven tot een grote zegen geweest is.'
De schoenmaker die als 12-jarige het beroep van onderwijzer verachtelijk vond, bleef zijn hele leven lezen: 'Mijn geheel leven moet ik zeggen dat ik veel gelezen en studieboeken heb gehad en gebruikt, alles zware kosten. Dichtwerken en zoo meer. Bij mijn werk lag er altijd een boek op mijn tafel.' Later werd hij, naast schoenmaker, ook godsdienstonderwijzer. Nog later stopte hij met zijn – inmiddels kwijnende, wat wil je, zijn hart zat er niet in – schoenmakerij toen hem gevraagd werd om een betrekking aan te nemen in het Evangelisatiegebouw van zijn kerk.
In 1916 – hij is dan 71 jaar – concludeert hij: 'Veel heb ik moeten leren. Veel heb ik moeten afleren. Veel heb ik gewonnen en weer verloren, tot ik eindelijk ten lange leste, alles leerde overgeven aan Hem die mijn donkere weg zo kennelijk licht gemaakt had en mij wonderbaar geleid. Wat hier verder gebeurde, dit weten mijn kinderen en kunnen dit vervolgen. Een mensch moet leeren sterven om te leven.'
Familie Album
Ik zie mijn overgrootouders op het uiterste randje van de feestfoto ter gelegenheid van het leggen ener eerste steen in de Frederik Hendrikstraat.
Ik scan een kreukeldicht ter gelegenheid van het huwelijk van tante A. en oom Jo. En een foto van mijn oma met haar broer en zussen, behalve de jongsten die dan nog niet geboren zijn. Er zijn schriften met verslagen van dagtochtjes. Foto's van kampeervakanties bij de boer.
Een deel van het materiaal gaat mee, een deel wordt ter plekke gescand en opgeslagen met de technische hulpmiddelen (scanner, laptop) die ik heb meegenomen. Opdat de jongsten van het gezin Van der Hoeven (86 en 89) er - op de valreep - nog van kunnen genieten
Martelmiddag
Shoppen is voor watjes; wij zullen wat cultureels gaan doen. Wat is er zoal in de buurt? ik som op: het Fotomuseum, het Amsterdams Historisch, het Van Gogh, het Rijks, het Torture Museum .. zijn gezicht klaart op. Dat lijkt wel wat. En het is bijna om de hoek.
We moeten even wachten bij de kassa met het briefje 'Even wachten. Zo terug.'
we lopen door smalle gangen en kijken naar uitvergrootte historische kopieen en puntige stukken hout, kunstig gespeed ijzer en hier en daar een nijptang (waarmee gemakkelijk tepels afgeknipt kunnen worden). De foto is van een halsring met puntige schroef voor in het ruggenmerg, neem ik aan. Volledig was de uitstalling niet. We misten bijvoorbeeld de ton-met-spijkers-van binnen, en neef R ook de Spaanse laarzen en de wipgalg. Dat laatste was wel jammer, want we kwamen er niet helemaal uit hoe die nou precies werkte. Maar dat googelen we thuis wel.
Nieuwbouw op Museumplein
Een iets opgepiepte foto die ik maakte met mijn mobieltje: een stuk of vijf beesten van sneeuwballen op het Museumplein in Amsterdam, met op de achtergrond het in steigers gehulde Rijksmuseum.
Het lijkt of iemand geprobeerd heeft om met deze sneeuwklompen een huis te bouwen (de openingen tussen de ballen is dichtgestopt met meer sneeuw), maar het halverwege heeft opgegeven. Slaat de Vloek van het Museumplein weer toe? Veel van wat op deze plek gebouwd word krijgt te maken met afstel, uitstel en niet-waargemaakte verwachtingen.
De Meester van Katharina



Weer iets om blij van te worden: de tentoonstelling: De wereld van Katherina. Devotie, demonen en dagelijks leven in de 15e eeuw. Tot 3 januari in museum Het Valkhof in Nijmegen. De illustraties in dit getijdenboek (een gebedenboek met miniaturen uit 1442/43) zijn gemaakt door een toen gerenommeerde kunstenaar, wiens naam in de nevelen der tijd is verdwenen en die nubekend staat als de Meester van Katharina van Kleef, omdat het boek voor haar is gemaakt.
Het is eigendom van The Morgan Library & Museum in New York en tijdelijk voor onderzoek uit elkaar gehaald. Je kunt zo'n 100 losse bladen zien - eens en waarschijnlijk in ons leven nooit weer, want het boek wordt na de tentoonstelling weer ingebonden.
Het probleem met miniaturen is natuurlijk dat ze, nou ja, zo klein zijn. Je moet er eigenlijk met een sterke loep overheen wil je de details een beetje meekrijgen - en zo'n boek stikt van de details.
Ik vreesde ook dat er zulke dikke rijen mensen zouden staan, dat er sowieso weinig te zien zou zijn. Dat was niet zo. Enerzijds misschien omdat het nog net geen kerstvakantie is, maar zeker ook door de opzet van de tentoonstelling.
Dit Getijdenboek is zo leuk omdat je bijbelse personages en heiligen ziet afgebeeld in een Middeleeuwse context: Het interieur van de heilige familie bijvoorbeeld, is de gezellige huiskamer van een welgestelde middeleeuwse ambachtsman. Met het kindeke Jezus in een looprekje. De tentoonstelling opent met een zaal met schitterende kostuums, gereconstreerd op basis van de illustraties in het boek. Daarna zie je een zaal met illustraties uit het boek en daarnaast echte, identieke middeleeuwse gebruiksvoorwerpen: vogelkooitjes, schoenen.
Dan een zaal waarin men laat zien de Meester niet in een vacuum opereerde, maar zich liet insprireren door werk van collega's en tijdgenoten. Er zijn ook twee animatiefilmpjes waarin 'Katharina' zich direct tot de bezoeker richt (die zijn naar mijn smaak net iets over the top, maar wel heel informatief en toegankelijk). En er is natuurlijk een audiotour - ook een aanrader.
En dan kom je in de zaal met de perkamenten bladen van het originele manuscript, en jawel! vreugde! daar is regelmatig een loep naast gehangen, zodat je echt alles kunt bekijken.
Niet alleen de inkijk in het middeleeuwse leven is fascinerend, ook de afbeeldingen over hoe het er in de Hel uitziet en hoe je daar kunt branden zijn prachtig. En in de marge gaat de Meester bij tijd en wijle helemaal los. Nog twee weken te zien in Nijmegen. Een aanrader.
(Als je op de plaatjes hiernaast klikt, krijg je ook een vergroting. En voor alle duidelijkheid: die is een stuk groter dan het origineel - veel lijntjes moeten geschilderd zijn met een penseel met 1 haar.)
Nog 1 Nachtje Slapen
.jpg)
.jpg)
Het is bijna zover: zondag 13 december zijn Chick en Chucky jarig.
Om deze feestelijke mijlpaal te vieren heeft de fokker Marlies Koorenneef van cattery Nimble Nymph gevraagd of alle eigenaars van de jarigen een foto willen sturen voor haar site, zodat we kunnen zien wat er een jaar na geboorte van alle diertjes is geworden.
Deze foto's hadden dus eigenlijk pas morgen gemaakt mogen worden, maar vandaag scheen de zon, het licht was mooi, dus Best of Brannoc (Chucky) en Booming Briony (Chick) zijn vandaag onder schot genomen. Van harte, kinderen.
Zalig
Fruit is bij mijn ouders volop te vinden - vooral omdat het nauwelijks wordt gegeten. De aanvoer vanuit het tehuis is constant, maar vooral mijn vader is specialist in het wegleggen en vergeten.
Het fruit hoopt zich dus op: kiwi's verpappen en appels vergaan, en er liggen maar liefst vier peertjes naast de computer, in verschillende fasen van het bestaan: eentje al dente, eentje perfect, eentje te rijp & melig en eentje al vloeibaar onder de schil.
'Waarom eet je geen peren?' vraag ik, 'de goeie zijn heerlijk.'
'Ze zijn zo kleverig als je ze probeert te schillen,' antwoordt mijn vader. En terwijl ik een mesje pak zegt hij peinzend: 'Vroeger in het Zonnehuis werkte een vrouw, een verpleegster, die graag Hoofd Verpleging wilde worden. Ik moest daarover beslissen. Op een keer zaten de ziekenverzorgsters aan het middageten. Een van die meisjes zag een schaal peertjes op tafel staan en riep: "Peertjes! Zalig!" Toen zei die vrouw streng: "Peertjes kunnen heerlijk zijn. Peertjes kunnen overheerlijk zijn. Maar peertjes kunnen nimmer zalig zijn." Vanaf die dag stond zij onder het verplegend personeel bekend als Zuster Peertje. Hoofd Verpleging is zij niet geworden.'
Hij begon met smaak zijn peertjes te eten.
Mooi Roest Is Niet Lelijk
Kat in 't Bakkie
Alweer Verleden Tijd
Dit is de verkeerde foto, maar G's jas kleurde zo leuk bij de linten dus ze stapte vanzelf, stralend en rood, in het beeld met de pseudo-grafkruizen.
Het Museumplein (op de achtergrond het Concertgebouw) was even een aids-begraafplaats met 5000 kruisen. Wat eigenlijk interessanter was - en dat had dus de foto moeten zijn - waren de mannen van de Gemeentereiniging links buiten beeld, die om twee uur 's middags in gesloten formatie de rode linten alweer aan het verwijderen waren (geen kans dat die gaan bealgen of bemossen in hartje Mokum!). Het foto-moment voor de media was 's ochtends geweest en de spullen moeten waarschijnlijk voor donker weer in de opslag staan. Wereld AIDS-dag is in Amsterdam een AIDS-ochtend. Chop-chop, tempus fugit.
Nuttige Kunst
Ik was nog niet eens klaar met mij afvragen of er zoiets is als nuttige kunst, of ik trof tijdens een wandeling in het Vondelpark dit object aan: een Granny Smith-groen Vindhek, waaraan je gevonden voorwerpen kunt hangen. Dus als je een handschoen of huissleutels vindt (of kwijt bent geraakt) in het park: Hup naar de Vindplek!
De mevrouw die op mijn verzoek mee op de foto ging, maakte zich bekend als de kunstenares die het allemaal bedacht had. Haar naam is Annemarieke Weber . Ideetje voor Kampen e.o.?
D-Day

Zo kom je zelden in Rotterdam en zo verkeer je er wekelijks.
Aanleiding deze week was Deelderdag: het AOW-feestje van Jules Deelder, bard van de Maasstad, nachtburgemeester van Rotterdam. Er werd ook een boek gepresenteerd - reden waarom ik er voor Boekblad heen ging. Volgens Jules' dochter Ari (bekend van het gedicht 'Lieve Ari/Wees niet bang/De wereld is rond/en dat istie al lang .. etc) kunnen wij nu al die eerdere dunne boekjes de Maas inpleuren en vervangen door dit ene, kloeke boekwerk: "Bijna alle verhalen".
De pensionado zelf liet trots zijn nieuwe tanden zien (rechter bovenhoektand platina) en verklaarde tegenwoordig huppelend naar de tandarts te gaan. Daarna speelde hij ritme-ondersteunend mee in de band New Cool Collective (jazz, latin) van Benjamin Herman, een Buddy Holly lookalike altsaxofonist voor ie ik ter plekke viel als een blok.
Het was een mooie, rauwe avond. Verpletterd & nahummend reed is 's nachts weer naar huis. Want zo verkeer je wekelijks in Rotterdam en zo heb je er niets meer te zoeken.
Anton Mauve in Singer
De kaakchirurg had de hechtingen snel en zonder veel ongemak uit mijn tandvlees gepeuterd. Het ziekenhuis ligt (als je heel erg goed kunt gooien) op een steenworp afstand van het Singer Museum in Laren. Ik ging dus de tentoonstelling van schilder Anton Mauve (1838-1888) bekijken.
Het is eigenlijk een halve tentoonstelling; het vroege werk van Mauve is momenteel te zien in Teylers Museum in Haarlem. In het Singer hangen Larense schetsen en schilderijen. Dat betekent veel heidevelden met schapen en nobele boeren in de eenvoudige doch propere keukens van hun pittoreske boerderijtjes. En blakende boerendochters in de moestuin of op de bleek, een lammetje of kalfje voedend.
Het was de eerste keer dat een tentoonstelling van het Singer me een beetje teleurstelde: het is te zoet en te romantisch naar mijn smaak.
Twee werken echter staken er voor mij met kop en schouders bovenuit: De ene met een kudde schapen die met tegen- en strijklicht op de witte wollen ruggetjes naar de schaapskooi terugkeren. De andere staat hierboven: De Mallejan, olie op doek 106,6 x 205,8 cm. Dat is lekker groot: de houtsplinters van de kap spatten bijna in je gezicht, en de mist kun je bijna voelen. Dit schilderij maakte het bezoek de moeite waard.
Ik Ga Waterskien
De Olifant
De slurf ontbreekt, zelf denk ik eerder aan een edelhert.
Dame in Tranen
In het nog maar net geopende museum M in Leuven is een tentoonstelling over Rogier van der Weyden
(tot 6 december). Vol bezoekers, ontzettend veel bezoekers, in een museum dat niet gebouwd is voor zoveel mensen, vooral niet op de smalle trappen. Maar de schilderijen maken het helemaal goed. Nobele vorsten, devote heiligen in mantels waar je de tekstuur bijna van kunt voelen en, vooral onder het kruis, diepbedroefde mensen. Het perspectief klopt net niet, de Kindekes Jezus zijn een beetje dun en sabbelen soms met gnuifende fuifkoppen aan een wonderlijk hoog gesitueerde moederborst. Het resultaat is prachtig en ontroerend. De reis waard, en hoevwel de muziek een beetje vreemd is, is dit filmpje over de restauratie van een van de topstukken ook de moeite waard.
Nachtleven
Zeulen
Geheel voor de Poes
Gala fotograaf
Op het Boekblad Galabal - tussen fotograferen van de galajurken door - een eigen fotomoment: in mijn fotografen feestbloesje (en donkerblauw fluwelen jasje) op de foto met Rene Hollaers (van de voortreffelijke boekhandel Van Kemenade en Hollaers in Breda).
Ontzettend middelbaar, maar onmiskenbaar feestelijk.
Multitasken op de Albert Cuyp
Hij verkoopt ook ansichtkaarten van zichzelf waarop je hem dit kunstje op Verschillende lokaties ziet doen. Ik heb er drie gekocht, voor 1 euro het stuk (een koopje).
Hij vertelde me dat hij ook te huur is om op te treden op feesten en partijen.
Voor geinteresseerden: overdag is hij meestal op de Albert Cuyp te vinden.
Beest In Bed
Steam Heat
"Steam Heat" is een liedje uit The Pajama Game (1954) en is ook gebruikt in de musical Fosse. De Pointer Sisters namen het nummer op in 1974 voor hun LP That's a Plenty. Maar daar zat niet zo'n prachtige gil in als in deze, en ook geen malle stapjes (Monty Pythons Ministry of Silly Walks waardig), noch dames met elastieken benen.
Bij De Oogarts
Maar mist? Wat nou mist? Uiteindelijk bleek er nauwelijks een wolkje aan de lucht en de spits was nog op herfstvakantie.
De oogarts - jong, blond, vrouwelijk - vroeg mijn vader wat de klachten waren en keek verrast toe mijn vader zijn diagnose gaf.
"mijn vader is gepensioneerd arts," vertelde ik haar toen ze mij verbijsterd aankeek. Aha.
Het bleek uiteindelijk allemaal zeer In Beginnend Stadium te zijn, plus een beetje staar rechts. Niets om snel in te gaan snijden in elk geval.






















