
Teveel foto's op een blog werkt niet. De meeste met iPhone gemaakte foto's bekijk je ook echt niet voor je plezier. Maar die ene van dat ezeltje, en die andere van die moskee... dus een bescheiden (en niet-representief) albumpje is hier te vinden.
Marokko, Epiloog
Play It Again, Sam
Terug in Rabat en nu zelfs een ochtend vrij! Kevin en ik zijn een avond op kroegentocht geweest - twee etablissementen, de rest was te sleazy voor een vrouw om binnen te stappen, zelfs met een man als escort.
Het eerste lag vlakbij het treinstation van Rabat, een ruim, rokerig lokaal met tl-verlichting en obers van vierkant postuur. Er werd twee soorten bier geserveerd: in een kort breed flesje en in een lang slank flesje en wij kregen de eerste soort. Er zaten niet alleen mannen maar ook een stuk of wat vrouwen en twee van hen zaten aan de bar in intiem gesprek met heren. Ze droegen strakke kleding (de dames) en decolleté - de eerste twee Marokkaanse decolletées die ik zag en waarschijnlijk deze reis ook de enige. Hoewel ik voor mij persoonlijk niet zo van het decolleté ben, voelde het als een verademing. Eindelijk iets normaals, dacht ik, zo discreet mogelijk verlangende blikken werpend.
De werkelijkheid is ongetwijfeld genuanceerder dan ik in mijn beperkte perceptie kan waarnemen, ik wil geen karikatuur schetsen en ik héb jonge stellen op straat gezien die hand in hand liepen, maar toch. Enige uiting van lichamelijkheid tussen de seksen buiten de echtelijke slaapkamer lijkt hier taboe en ik realiseerde me pas hoe beklemmend ik dat vind toen ik in die bar een man en een vrouw lief zag doen tegen elkaar.
Onze studentes dragen geen shorts of korte rokken en hun armen zijn bedekt. Onderweg naar het CCCL-instituut worden ze door mannen nagefloten, nagesist, nageroepen en nagelopen, soms stratenlang. Fysiek lastigvallen is echt zeer zeldzaam, verzekerde mij een Amerikaanse studente die hier al een paar weken is. Dat mag zo zijn, maar toch. Het is als vrouw makkelijker om deze stad te bezoeken als je middelbaar bent.
Het tweede etablissement - Le Grand Comptoir op Boulevard Mohamed V - was andere koek - zie het openingsplaatje. Eigenlijk een restaurant maar toen we vroegen of we er ook alleen wat mochten drinken kregen we onmiddellijk een tafeltje. De wijnkaart bevatte Franse en Marokkaanse wijnen en waren gegroepeerd op kleur (rood, wit, rosé) en daarbinnen op gebied van herkomst. Toen we advies vroegen kon de serveerster ons vertellen dat de wijnen waren gegroepeerd op kleur (rood, wit, rosé) en daarbinnen op gebied van herkomst. Daarom kozen we de rode wijn met de langste naam: Cuvée Special du Président 2005. Licht en redelijk lekker. En die hebben wij soldaat gemaakt tijdens het optreden van trio met een voluptueuze dame, die waarschijnlijk niet van lichte zeden maar wel van de lichte muziek was. Decadent veel Cole Porter onder het genot van in olijven met limoenaroma en geheel verzoend met het leven. Wat een prachtig land, Marokko.
Beam Me Up, Scotty



Hoe ik foto's direct van mijn telefoon kan uploaden naar mijn blog weet ik nog steeds niet en door dom gepriegel mijnerzijds is mijn simkaart nu geblokkeerd totdat ik de PUK-code heb ingetoetst (en die ligt natuurlijk thuis), maar gelukkig is bijna geen enkele ervaring uniek en is er van bijna elke plaatje dat ik heb geschoten wel een versie op het internet te vinden. Hier dus van het Internet geripte plaatjes van mijn leerlooierij in Fez, mijn fraaie textiel, en mijn mand met - uiteraard levende - slakken die je (zakjesgewijs en met een dipsausje) al wandelend door de smalle steegjes van de Medina zou kunnen opsmikkelen. Het was gisteren een lange toeristische dag.
Alleen het laatste plaatje klopt niet. De markt die wij vandaag bezochten was anders. En dat kwam niet door de koopwaar (denk Kruidvat, Blokker, Zeeman, kruidenvrouwtje, groenteman, slager, barbecue en horeca, afgewisseld met veldjes waarop hier en daar een bejaarde Mercedes maar vooral veel ezeltjes zijn geparkeerd).
Dat het zo anders was kwam door de mensen. Wij reden met onze gids Nabil (die ook docent Arabisch is bij CCCL in Rabat) naar het dorp waar hij is opgegroeid en dat 'Heuvels' heet in het Berbers. Daar zouden we dus die wekelijkse markt bezoeken en daarna (alle twintig) lunchen in het huis van zijn moedertje. Nabil had ons al gewaarschuwd dat onze bus de eerste toeristische bus ooit zou zijn. En dat wij de eerste Westerlingen waren sinds de Fransen Marokko in de jaren zestig hadden verlaten wegens de Onafhankelijkheid. Dat iedereen in Heuvels vooral aan het nadenken was over hoe je uit Heuvels weg kon komen (naar de grote stad of naar Europa) en dat men vooral verbijsterd zou zijn om er toeristen te zien, omdat er voor ons niets maar dan ook werkelijk niets te zien en beleven was.
Wij stapten, flink geintimideerd door Nabils verhaal, een beetje bleu de bus uit en inderdaad. De gezichten van de mensen op de markt drukte geen vijandigheid uit, maar verbijstering. Hier en daar kon ik een blik opvangen en glimlachen of groeten en af en toe leidde dat tot een glimlach en een groet terug, maar het de overheersende gevoel was er een van een groepje Aliens from Outer Space (wij), geland op de onbekende planeet Heuvels.
'Jullie mogen wel foto's In Het Algemeen maken,' zei Nabil, 'maar niet inzoomen op de mensen alsjeblieft. Daar Houden Zij Niet Zo Van.'