They Paved Paradise & Put Up a Parking Lot

Bezoekje aan UvA's Bijzondere Collecties voor de Atlas der Neederlanden tref ik de conservator en Kester Freriks gebogen over een kaart van Beekbergen, dorp van de dagen mijner jeugd.
Waarom? Omdat het Beekberger Woud daar ooit lag. Ik snap eigenlijk niet waarom het niet het Klarenbeeker Woud is genoemd, want het ligt bij Klarenbeek, maar dit terzijde.
Het Beekbergerwoud, aldus Wikipedia, is 'een voor natuurliefhebbers legendarisch woud in de Nederlandse provincie Gelderland.' Het geldt als het laatste Nederlandse oerbos. In het kader van de vooruitgang werden in 1871 de laatste oerbomen omgehakt. De Vereniging Natuurmonumenten wil het woud door natuurrestauratie nieuw leven inblazen.
Er ligt in elk geval een parkeerplaats die, geheel in lijn met het befaamde lied van Joni Mitchell Het Woud heet.

(They took all the trees, put 'em in a tree museum
And they charged the people a dollar and a half just to see 'em
Don't it always seem to go that you don't know what you've got till it's gone
They paved paradise and put up a parking lot.)

Oase van Groen in een Oceaan van Stenen

Het was een van de eerste dingen waar Lynn Kaplanian-Buller, eigenaar van de American Book Center (ABC) van droomde toen ze plannen maakten voor hun nieuwe pand aan het Spui in Amsterdam. Die winkel opende drie jaar geleden en pas vanmiddag kwam het ervan: de dakdokters bekleedden het bitumen met een soort paardendeken, dan een soort isolatie - lijkt op glaswol maar zonder het glas - en vervolgens werd de sedum erop uitgerold. Dat klinkt eenvoudiger dan het was: met de bekleding waren twee dagen gemoeid, met de subsidie (Amsterdam ziet zich ook graag Groener) nog wat langer.
Het isoleert in de zomer, je dak gaat langer mee, het hemelwater stroomt niet meteen het riool in - en de overburen hebben al een blij kaartje gestuurd. Dank voor het uitzicht dat voortaan veel fraaier is.

Laat Af!

Tijdens de boekpresentatie van 'De man en zijn lichaam' van Arie Boomsma (hier in Verlosserpose met handdoek) en Stephan Sanders mocht ik foto's maken voor Boekblad. Voor de gelegenheid had ik SIT student Don Dumayas uitgenodigd om als speciale assistent mee te komen.
Hij maakte deze foto terwijl ik aan het werk was. Mijn eerste indruk was dat het net leek of ik probeerde om mensen van Arie Boomsma weg te houden. Maar ik zal wel bezig zijn geweest met een ideetje voor een foto. Of ik wilde als eerste bij de hapjestafel zijn.

Verkenningen

Het is een kwestie van perspectief. Wat vanaf de grond gezien overweldigend groot is, valt met een ander, hoger, perspectief wel mee. Erika (moeder) en Hayke (kind) hebben in elk geval Chuck's belangstelling gewekt. Het lijkt hier of er interactie is tussen poes en paard, maar in werkelijkheid is dat niet zo. Erika reageert niet op de kat; ze beweegt haar voorbeen uit ongeduld (want ze wil wortels eten). Chuck schrok natuurlijk wel van het geluid van schrapende hoef over de vloer en zocht daarop zijn heil hogerop.

Dilemma's

Vandaag de Dom beklommen om foto's te maken met model (wiens secretaresse even voor twee uur belt dat hij wat later is want nog met fiets onderweg van Bilthoven naar Utrecht).
Oeps. De ons toegewezen Dom-begeleider moet binnen het uur weer beneden zijn voor de groepsrondleiding van 3 uur. Zij en ik wachten geduldig, want geen keus. Het model komt toch nog eerder dan verwacht, niet eens erg buiten adem.
Wij rennen de 400 en nog wat treden van de Domtoren op en neer, onderweg stoppend op geschikte plekken. Speciaal voor ons ontsluit de gids de deur naar het uurwerk.
'Wat doe ik met mijn handen' vraagt het model steeds aan mij. En: 'Zeg maar hoe ik staan moet.' Zoiets moet je weten als je de fotograaf bent.
Daarna naar het spuuglelijke Hoog Catharijne, naar het dak van parkeergarage Rijnkade waar je een prachtig uitzicht hebt op de Dom. Mooi als je dan een nagelnieuwe Alpe vouwladder mee hebt. En het model er ook nog op wil klimmen. Zodat de lelijke omheining buiten beeld blijft en de man boven de toren kan uitrijzen. Pakkender dan de foto's op de Dom gemaakt en tegelijkertijd onmogelijk zonder dat.
Ben benieuwd wat de vormgever gaat kiezen.

Oogkleppen Helpen Hier Niet Echt

Het was geen dag in maart en bedaard al helemaal niet. In april kijken naar de kont van het paard - in dit geval twee konten, want twee paarden - was enerverend. Aan Feye, het linkerpaard, lag het niet; die kent het klappen van de zweep. Maar het jonge paard (rechts) snapt nog niet helemaal hoe dat gaat, met z'n tweeen een karretje trekken. Voor regenplassen en takjes week ze van het pad, een greppeltje was doodeng, en door het (speciaal daarvoor ontworpen) vijvertje wilde ze eerst al helemaal niet: acute stilstand. Met strenge woorden, aanmoedigingen, en zachte drang van koetsier en medepaard lukte het tenslotte toch steeds. Zoals uiteindelijk ook hier, waar ze met de neus naar links staat, terwijl verder iedereen rechts in gedachten heeft.
Foto gemaakt met iPhone, die ik ondanks het gehotsebos niet een keer uit mijn vingers heb laten glippen. Helemaal intact gebleven, met slechts enige modderspatten op de touchscreen aan het einde van de rit.

Heel Al

Voor de vakidioot zijn de groezelige zwartwit foto's in historische astronomische boeken vast heel interessant; de rest van ons stoomt beter meteen door naar de eerste en tweede verdieping van Huis Marseille, waar je het heelal in kleur kunt aanschouwen. Sprookjesachtig mooi, uit een onwerkelijk ver verleden (driehonderdduizend lichtjaar is er niks) en groter dan op het internet (hoewel de website van NASA een aanrader blijft).
Deze foto is een mozaiek van 48 fragmenten van de Carina Nevel, vrijgegeven ter viering van de 17e verjaardag van de Hubble op 24 april 2007. De vormen komen van sterke gaswinden en gloeiendhete ultraviolette straling - een 'vuurwerk dat drie miljoen jaar geleden begon'. In wat voor wereld leven wij?
De expositie First Light is van 6 maart tot en met 30 mei te zien in Huis Marseille (Keizersgracht 401, dagelijks behalve maandag open van 11 tot 5).

Liefde voor Oude Boeken

Dit is een deel van de Atlas der Neederlanden (‘AdN’) een van de topstukken van de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. De AdN is een zg. factice atlas: de kaartencollectie van een (vooralsnog onbekende) verzamelaar, ingebonden in negen banden.

De AdN is om verschillende redenen bijzonder: Alle belangrijke topografische kaarten van het huidige Nederlandse territorium uit de periode ca. 1650-1815 zijn erin vertegenwoordigd.Het fenomeen factice atlas is inmiddels zeldzaam. Was het in de 18e en 19e eeuw niet ongebruikelijk om allerlei kaarten in te binden tot boeken, tegenwoordig is dit soort atlassen meestal weer uit elkaar gehaald. De AdN is echter in boekvorm bewaard gebleven en is daarmee een bijzonder voorbeeld van een intact gebleven vroeg-negentiende eeuwse kaartencollectie.
De toestand van de AdN is al jaren zorgelijk. Conservator Jan Werner is daarom sinds begin 2010 een project gestart om de AdN te restaureren en te digitaliseren. Het plan is dat ik de voortgang van dit project volg - waarschijnlijk op een apart blog. Maar af en toe ook lekker hier.

Gaat Heen & Vermenigvuldigt U


In de tuin van het Bijbels Museum is een vijver waarin enkele tientallen padden uit hun winterslaap zijn ontwaakt. En omdat het lente is, ook voor padden, zijn ze aan het paren. Op elkaar gestapeld in laagjes van twee en drie, en vastbesloten om niet los te laten, ook al moet de onderste bijna stikken, zo lang onder water.

Gentlemen uit Brazzaville


Het Prins Claus Fonds gaat galerie in Amsterdam; de sapeurs van de Congo. Sapeurs zijn leden van de ‘Société des Ambianceurs Personnes Elégants’ (SAPE).

Geachte Clienten, 't Is Lente (2)


Het blijft veulentjes-tijd. Moeder Erika en dochter Hayke mochten zondag voor de tweede keer de buitenbak in. Hayke staat aanzienlijk minder wankel op de beentjes dan de dag daarvoor en oefent ijverig maar toch ook vrij willekeurig in het achteruit trappen (altijd handig).
Moeder Erika, nog steeds bloedlink ten opzichte van mogelijke vijanden - alles en iedereen, wat haar betreft - blijft alert om zich heen kijken, maar ondertussen lijken de jaren van haar af te vallen. Ze holt jolig mee met haar kind.

Geachte Clienten, 't Is Lente


Even voorstellen: Hayke. Op het moment dat deze foto gemaakt werd (afgelopen woensdag) was zij aan het uithijgen van haar eigen geboorte twee uur eerder.
De bevalling was voorspoedig en moeder & kind maken het goed. Maar wie op kraamvisite komt, moet goed uitkijken: moeder Erika (een dijk van een Friezin) waakt als Cerberus over de nieuwgeborene. Ze is vastbesloten om iedereen die het waagt in de buurt van haar kindje te komen geheel tot gort te schoppen. Pure Moederliefde.

Het Is Even Wennen


Van Koude Oorlog naar Gewapende Vrede. Vriendschap zit er voorlopig niet in: Chick & Chucky vertrouwen het nog niet echt, maar ze hebben wel door dat honden zich net zo door katten geïntimideerd kunnen voelen als omgekeerd. En als zo'n hond dan ook nog heel erg verdraagzaam is en bereid is om het een en ander in te leveren, valt er wel mee te co-existeren. Waarschijnlijk. Als hond ben je dat bedje dan wel kwijt.

Pink Glove Dance


Providence St. Vincent Medical Center uit Oregon (VS) heeft dit vrolijk stemmende filmpje Pink Glove Dance for Breast Cancer Awareness.

Dat Kun Je Nou Wel Zeggen


Maar hoe kun je nou ooit zeker weten of zo'n hond je niet toch iets flikt?

Opwaarts! Willen Wij Zweven


Op zondagmiddag in de auto gestapt voor voor de opening van de expositie van beelden van Leen Kessels in Galerie Ariana in Den Haag.
Abstract en tegelijkertijd organisch ogend, van Belgisch hardsteen en zo bewerkt dat sommige sculpturen uit laagjes leisteen lijken te bestaan. Sommige lijken zo licht dat je bijna kunt geloven dat ze op water zouden blijven drijven. Ik wou dat ik een ruime witte hal of een grote groene tuin had waarin deze rankheid tot zijn recht kwam.

Boos & Bang

Chucky heeft het niet op honden - ze ruiken vies, ze zijn eng en je kunt ze niet vertrouwen. Hij is hevig ontsteld als er een in de ruimte met hem blijkt te zijn. Kort na deze foto vluchtte hij omhoog, op de keukenkastjes.

Het Nut Van Carnaval

Uit het hart gegrepen en vrolijkmakend: het anti-Noord-Zuidlijn lied van Pieter Nieuwint (tekst en muziek), gezongen door moeder Nelly en dochter Miranda Frijda.
Het is een initiatief van de nieuwe partij Red Amsterdam.
Klik op de titel van het lied naar de link om te luisteren. De tekst is niet altijd even makkelijk te volgen, daarom heb ik net zolang geluisterd tot ik 'm helemaal had. Met dank aan Luigi voor de puntjes op de i.




Wij Zijn Tegen De Noord-Zuidlijn


Wij zijn tegen de Noord-Zuidlijn
want dat ding is veel te duur.
En het moet nu maar eens uit zijn
met dat malle financiële avontuur.
Al die bouwactiviteiten
zijn verschrikkelijk ontspoord.
En in feite willen wij er dus voor pleiten
dat die metro echt de grond in wordt geboord.


We willen samen onze stem verheffen
het gaat ons immers hevig aan het hart.
De metro is, dat moet je wel beseffen,
een zeperd van een dikke drie miljard.
Hij trekt daarbij een spoor van ongemakken
en allerlei ellende door de stad.
Want kijkt eens naar de huizen die verzakken
en kijk eens in het bodemloze gat.

Wij zijn tegen de Noord-Zuidlijn
want dat ding is veel te duur.....


Er waren 's wat ambitieuze mannen,
die strooiden mooie praatjes in het rond.
Toen kwamen ze met slecht geplande plannen;
je gaat van het geklungel door de grond.
Die blunders en die foute prijsopgaven
daar moeten wij onmiddelijk van af.
En als we alsmaar verder gaan met graven
dan graaft dus Amsterdam zijn eigen graf.

Wij zijn tegen de Noord-Zuidlijn
want dat ding is veel te duur.....


Dat wanbeleid dat zal ze nog eens breken
vandaar ons pessimistische geluid.
Als iets de stad nog lelijk op kan breken
dan is het wel die lijn van noord naar zuid.
Je kunt er een vermogen om verwedden:
daardoor gaat onze stad er onderdoor.
Dus zingen wij om Amsterdam te redden.
Nu allemaal gezamenlijk in koor:

Wij zijn tegen de Noord-Zuidlijn
want dat ding is veel te duur.
En het moet nu maar eens uit zijn
met dat malle financiële avontuur.
Al die bouwactiviteiten
zijn verschrikkelijk ontspoord.
En in feite willen wij er dus pleiten
dat die metro echt de grond in wordt geboord.

Ugliness is in the eye of the beholder

Een innige wens van Nichtje: my littlest petshop. Ze wordt 7. Ik ga op pad. Bart Smit is een orgie van roze plastic in dozen met cellofaan. Als ik daar moest werken was ik binnen een week ontoerekeningsvatbaar. Daarbij vergeleken is Intertoys een oase van rust en beschaving. Bij wijze van spreken dan.
Bij navraag blijkt er een hele wand met My Littlest Petshop te bestaan. 39,90 voor een doos luid plastic en anatomisch incorrecte diertjes. Zo'n lelijk cadeau heb ik nog nooit gegeven.
Na een korte doch hevige tweestrijd koop ik de doos. Ik hoef er niet mee te spelen en totaal gebrek aan smaak is bij iemand die 7 wordt nog niet zo erg. Schoonheid kan men slechts waarderen als ook de lelijkheid een plek mag hebben.
Het cadeau blijkt grote hit. Drie kleine meisjes blijven er de hele middag mee spelen.

Weer Een Fijn Fotootje

Ditmaal met de opmaak - zodat je kunt zien hoe lastig het fotograferen is voor deze voorkant: de tekst en stippeltjes lopen op net boven het midden van het vlak. Het geel is de kleur van de uitgeverij (in dit geval een muur in het souterrain), de jas is gemaakt van visitekaartjes van de uitgeverij, door Lidewijde (het model en de uitgever) op een nacht in elkaar gezet voor promotionele doelen. Ik vind het net een maliënkolder.

Blij Van


Van deze foto - ik maakte 'm vanmiddag in Soest - word ik heel vrolijk. Heel simpel, geen gedoe en gewoon leuk. De boekhandelaar is een geweldig model, een winkel is een prachtige winkel en de krant is couleur locale.

Voetjes Van De Vloer

Het was al laat op de avond, na afloop van een feestelijke voorstelling ter gelegenheid van de 90e verjaardag van Hetty Blok, (aka Zuster Clivia van Ja Zuster, Nee Zuster).
De laureate was na een avond gezang, loftuitingen & felicitaties bekaf - negen decennia gaan iemand tenslotte niet in de koude kleren zitten - maar verdomd als zij niet voor het huiswaarts gaan de dansvloer opstapte met Kees Schafrat, op de levende muziek van 't Rembrandt Duo.

Sonia & de Grijze Koppenbrigade

Bezoek aan het Joods Historisch Museum, om op de valreep een aardige tentoonstelling te zien over de vrouw die in Nederland het ballet tot grote hoogte heeft gebracht, Sonia Gaskell. Vooral de documentaire aan het eind (met interviews van mensen die haar goed hadden gekend, zoals Rudi van Dantzig) was heel interessant.
Wat het echter tot een onvergetelijke ervaring maakte - en bij mij moordneigingen losmaakte - was een groep oudere dames uit de provincie, die de tentoonstelling ook bezochten. En met zeer luide stemmen bespraken zij alle misverstanden die ze tot nogtoe hadden gehad
- 'Ik ben buiten blijven staan want ik dacht, dan kan ik ze niet missen',
- 'Ja, wij stonden binnen, we dachten, ze komt zeker niet meer',
- 'Het is dat ik nog even binnen ben gaan kijken, de wind was ijskoud'.
etc.
Aan hun ganzenwaggel-loopjes te zien waren het geen oud-ballerina's. En een paar zetten hun conversatie rustig door vlak voor de automatisch openende schuifdeuren, die daarop steeds open en dicht gingen. Ze kwamen qua volume ver boven Rudi van Dantzig uit.
Ik was even heel fel gerontofoob.

Dode Domme Muis

Tot grote vreugde van Chick was er weer een muis komen binnenwandelen en niet zo'n kleintje ook. Chucky komt er bij deze gelegenheden helemaal niet aan te pas. Hij kan slechts vanaf de zijlijn toekijken: echte muizen zijn voor de Chick.

Zandkunst van Kseniya Simonova


De Oekraïense tegenhanger van Susan Boyle doet het met zand: de winnaar van de Oekraïense tv talentenjacht 2009, Kseniya Simonova (24 jaar) tekent op een van onderen verlichte tafel met zand en op muziek het effect dat de Duitse inval tijdens de Tweede Wereldoorlog had op gewone mensen, voor een tot tranen geroerde zaal. De wonden zijn nog niet geheeld! Let ook op het fantastische kanten slabbetje.

Een Mensch Moet Leeren Sterven Om Te Leven

Groepsfoto bij de eerste steenlegging van gebouw Elim aan de Frederik Hendrikstraat in Amsterdam, ik denk rond 1900 gemaakt. In de detailfoto daaruit staat in het midden mijn overgrootvader Hendrik Willem Duijker (1845-1919) en naast hem zijn oudste dochter, Christina (1878-1939), de moeder van mijn moeder. Deze Hendrik Willem heeft in 1916 enige herinneringen opgeschreven, die later door zijn kleinzoon (ook een Hendrik Willem) zijn uitgetypt. Dat zijn vier bladzijden, te lang om hier weer te geven, maar zo interessant dat ik het verhaal hieronder – ingekort – weergeef.

De vader van Hendrik Willem, zo begint het verhaal, was timmerman, die veel van zijn kinderen hield, maar 'een man van 'weinig kracht des geestes' was. 'Als wij ondeugend waren dan strafte hij ons in drift zoo als een dronken man op straat schopt en trapt.' Zijn moeder, Christina Klinkmeijer, was daarentegen 'een ware Christine.' Niet omdat zij haar kroost 'op zedelessen onthaalde – daar zouden wij toch niet naar geluisterd hebben', maar in haar gedrag en gebed. Dat zou later nog gevolgen hebben.

Hendrik Willem was vernoemd naar de vader van zijn vader – we hebben het nu, ik wordt een beetje duizelig, over mijn betbetovergrootvader. Deze man, die ook Hendrik Willem Duijker heette en het ooit tot timmermansbaas had geschopt, was in de loop der tijd 'afgedaald tot doodkistenmaker'. In deze branche deed hij het echter niet slecht: 'Ik geloof dat hij het monopolie daarvan had, en dat er niemand in de stad stierf of hij en zijn twee oudere zonen maakten het laatste huis.'

Hendrik Willem jr ging als als het even kon naar hem toe. 'Ik kwam dus vroeg in vertrouwen met de dood, die niets geen indruk op mij maakte. Als kind van twee jaar lag ik reeds voor de winkel mijns grootvaders in het zonnetje in een doodkistje (waarvan altijd groote en kleine in groote voorraad gemaakt werden) voor mijn gezondheid. Het heeft mij blijk baar geen kwaad gedaan, ofschoon voorbijgangers er van schrikten.'

Opa's vrouw, Catharina Crouson ('eene weeze uit Maagdenburg') was toen haar kleinzoon haar leerde kennen, 'zeer doof en [haar] man driftig en ruw; zoo dat ik hem nooit een goed woord tot haar heb hooren spreken, wel schelden en verwenschingen.' De kleine Hendrik Willem was echter zijn lieveling en 'zes of zeven jaar oud zijnde, zijn bestendige metgezel op zijne wegen (...) overal nam hij mij mede.' De familie moedigde dit aan: 'Het was altijd, “gaat maar naar grootvader”. Later heb ik begrepen, dat dit niet om mij maar voor de rust van de huisgenooten was. Hij hield namelijk veel van een slokje en nam mij mede.' De familie vertrouwde er op – en kennelijk terecht – dat opa veilig thuis zou komen omdat hij ook zijn kleinzoon veilig thuis zou moeten brengen.

Toen HW 12 was, vroeg de meester of hij door wilde leren voor onderwijzer. 'Maar daar had ik geen ooren naar. Een oom (broer van vaderszijde) had mij (..) zulk een diepe verachting voor dien stand ingeboezemd dat ik het een vernedering vond het te worden.' In plaats daarvan ging hij bij een schoenmaker in de leer. Dat was hard werken voor weinig geld, en Hendrik Willem was opgelucht toen hij werd opgeroepen voor militaire dienst: 'hoe blijde was ik dat ik loten moest en een laag nummer trok. Ik kwam bij de keuring, maar was een streep te klein. Hoe ik mij ook uitrekte, de sergeant zeide: doe maar niet je best, het helpt toch niet.' Hendrik Willem ging terug naar zijn leest en lapte schoenen. Al met al geen bevredigend bestaan. Maar daar zou verandering in komen.

'Zo liep ik eens moedeloos en lusteloos op een maandagavond de bloemenmarkt langs, toen mij een voorval overkwam dat het begin werd van een gehele levensverandering. Toen ik achteloos stond te zien naar de plantjes, trad een oude dame naar mij toe; ik dacht om mij naar den weg te vragen. Zij vroeg mij vriendelijk en minzaam of zij mij een vraag mocht stellen. “O ja, mevrouw!”
“Jonge man hebt u den Heer Jezus lief?” Ik zag haar als versuft aan! En dacht, wat zal ik antwoorden. Ik had een beledigd gevoel dat zij mij voor een onwetende heiden aan zou zien. En dat was ik toch niet. (...) Ik moest mij dus verweren, maar de vraag eischte een fatsoenlijk antwoord. De vraag was immers minzaam en dringend gedaan. Ik antwoordde dan ook: “Mevrouw, ik ken Hem wel, ik heb een godsdienstige opleiding gehad.”

Hendrik Willem moet echter toegeven dat hij Jezus wel kent. Maar hem liefhebben? Nou nee. 'Zij: “Mag ik U dan eens een raad geven? Belooft u mij alle morgens te bidden: Hemelse vader, schenk mij uw H. Geest, opdat ik in Jezus geloven mag. Amen.” Ik stond verbijsterd te kijken. Maar om de vriendelijkheid van de vraagstelster beloofde ik het te doen. Ik heb haar nooit meer gezien.'

Op de Bloemenmarkt aan het Singel begon het leven van mijn overgrootvader als herboren christen (een gebeurtenis, daar was hij van overtuigd, die mede mogelijk was gemaakt door het gebed van zijn lieve moeder in zijn jeugd) en die bekering stelde verder alles in de schaduw. Met wie hij trouwde (Metje Mettau) en dat zij een stuk of zeven kinderen van hem kreeg was kennelijk minder belangrijk, want hij noemt ze niet. Wél vertelt hij dat hij aan een zondagschool verbonden raakte 'die voor mijn geestelijk leven tot een grote zegen geweest is.'

De schoenmaker die als 12-jarige het beroep van onderwijzer verachtelijk vond, bleef zijn hele leven lezen: 'Mijn geheel leven moet ik zeggen dat ik veel gelezen en studieboeken heb gehad en gebruikt, alles zware kosten. Dichtwerken en zoo meer. Bij mijn werk lag er altijd een boek op mijn tafel.' Later werd hij, naast schoenmaker, ook godsdienstonderwijzer. Nog later stopte hij met zijn – inmiddels kwijnende, wat wil je, zijn hart zat er niet in – schoenmakerij toen hem gevraagd werd om een betrekking aan te nemen in het Evangelisatiegebouw van zijn kerk.

In 1916 – hij is dan 71 jaar – concludeert hij: 'Veel heb ik moeten leren. Veel heb ik moeten afleren. Veel heb ik gewonnen en weer verloren, tot ik eindelijk ten lange leste, alles leerde overgeven aan Hem die mijn donkere weg zo kennelijk licht gemaakt had en mij wonderbaar geleid. Wat hier verder gebeurde, dit weten mijn kinderen en kunnen dit vervolgen. Een mensch moet leeren sterven om te leven.'